Natuur en mens zijn één, een oude leer waarbij ik de laatste tijd steeds meer afvraag hoe die relatie natuur en mens was door de tijd heen. En hoe deze is in onze huidige tijd, kunnen wij die relatie ook in stand houden voor de toekomst………. Dan kan ik het beste maar bij mijzelf beginnen, want welke relatie heb ik met het landschap, waar is dat begonnen…………
Vragen die bij mij opkwamen in november 2025, mijmerend langs de vloedlijn van de Waddenzee op Schiermonnikoog.aan het eind van de middag waar de grijzen overgaan in de kleuren van de ondergaande zon daar waar zij elkaar ontmoeten


Hoe is een relatie tussen mij en het landschap hoe ziet dat eruit ….. En daar waar het getijden landschap een lange tijd van mijn “zijn een grote rol speelde besluit ik om de relatie met de zee te onderzoeken en brieven te schrijven aan de Zee.
Brief 1 – “Raaswater“.
1958 – Sint Maartenzee,
4 jaar oud zag ik jou voor het eerst. Jouw rollende golven, hoger dan ik was. Jij stuurde ze keer op keer brullend op mij af en bang rende ik weg. Het was een bang makende relatie die wij hadden.
Zee:
“kun jij mij leren
om te deinen
zoals jouw golven”?
Mijn thuisland was ver verwijderd van een zee, of toch niet……….ik groeide op in een gebied van het zwarte goud, het hoogveen rondom Emmen. Speelde met de kinderen uit de buurt op de Es aan de rand van het dorp waar het Langgraf lag. Een spannende plek voor kinderen, met een hunnebed en bomen rondom en de hunnebedgeur als je onder de stenen zat. De hunebedden, stenen uit dit of dat verleden….. meegekomen in de IJstijd ver uit het Noorden met de zee.
Zee:
“kun jij mij leren rollen
als de stenen naar
de verte”?


1995 – NOORDPOLDERZIJL
RAASWATER
Deze plek is een deel van mezelf…
Mijn relatie tot deze plek is een deel van mezelf…
Als deze plek wordt vernietigd, wordt er iets in mij vernietigd…
Mijn relatie tot deze plek is zodanig dat als de plaats veranderd wordt, ik veranderd ben.
Arne Naess
Noordpolderzijl: Waar mijn wandelingen begonnen in het getijdengebied. In de stilte van het landschap moest ik mij hervinden, na het verllies van onze zoon Feike was alle grond onder mijn voeten verdwenen. Het hervinden in dit verlaten en eenzame getijdengebied was juist dat, wat mijn eigen eenzaamheid geruststelde. Op dat moment waren er hoge, tierende, brullende golven die zich op land smeten, de zee met opsmijtende golven zaten in mij, onbereikbaar heb ik daar uren, dagen en weken gezeten. luisterend, kijkend naar de zee en de horizon. Het zout proevend, stromend met dezelfde smaak als de stroom van de zee, diep doordrongen in de huid van mijn lichaam.
Zee;
” Leer jij mij om dat dierbare verlies
door de golven meegenomen achter de horizon,
te dragen” ?


