FRYSKE WAAD – Sporen in het Wad – 9

Koehoal, een klein buurtschap in de Waadhoeke. Het ligt afgelegen onder aan de dijk. Ooit moet hier een klooster hebben gestaan en dat kan ik mij goed voorstellen. Het is een bijzondere plek in het prachtige landschap van het Wad. Vele Waadfiskers waren hier nog niet zo lang geleden aan het vissen op haring. De fuiken stonden loodrecht bij de pieren en een tijd waar de haring hier in dit gebied veel voorkwam. Met de afsluiting van het IJsselmeer verdween de haring. Als je de dijk overgaat dan zie je de pieren liggen, zij tekenen zich zwart af in dit lege landschap. Een nat Wad, de zon is niet sterk genoeg om de klei te drogen. Het Wad loopt leeg en je hoort het Wad borrelen en fluisterzacht lispelen. Dat geluid wat je nergens anders hoort dan hier in de sompige klei-bulten die zich staande hebben gehouden toen het vloed werd. Ik blijf een tijd luisteren en denk dat dit geluid goed te gebruiken is in mijn werk. Zoals de dansende veertjes in de wind die ik ook een aantal wandelingen terug heb gezien. Voor mij heeft het te maken met  eb en vloed , ga weg kom terug. Daar waar mijn wandelingen zijn begonnen 25 jaar terug. 

Het puzzelpatroon in de klei, hier nog kaal groeit langzaam aan tot een kweldergebied. Dit patroon was er ook bij Mhulranny, al verworden tot land en begroeid met grassen, waar de zee nog steeds binnen kwam bij vloed. Het is een jaar geleden dat ik daar was in juli en augustus voor een residentie periode in bij Polranny-Pirates. In het atelier verweven zich de indrukken die ik heb opgedaan, ooit zal ik daar weer een werkperiode doorbrengen. Onderzoeken of er materiaal van klei en grondpigmenten te vinden zijn waarmee ik kan werken. Ierland heeft veel indruk gemaakt, en tegelijk voelde het vertrouwd. De landschappelijke overeenkomsten in dat getijdengebied en de veengronden. Daarnaast hebben de Ieren hun trots voor hun land, taal en cultuur. Diezelfde trots kennen ook de Friezen. Zelfs de plaatsnamen staan vermeld in het Engels en het Iers, zo gelijk aan Friesland waar de Friese plaatsnaam ook altijd vermeld staat. Hier heb je het ook over myn heitelân (mijn vaders land). Koehoal is niet erg verandert, nog steeds een klein groepje huisjes onder aan de dijk, wel wat opgeknapt maar gewoon, nog zoals het ooit was is nog altijd goed genoeg. Hier heb je genoeg aan het landschap.

Bij het natte wad zijn sommige pieren begroeit met groen alg, en er ligt zeewier, grote bossen aangespoeld , het blijft hangen tussen de stenen op de pieren, Veel bruinwier, vooral het grote blaaszeewier.

Er ligt hier ook veel groenwier, en aan de vloedlijn zie je dat het groene zeewier met een flinterdun laagje klei bedekt is. Het gekrompen groenwier onder het dunne laagje klei krimpt  langzaam en maakt prachtige patronen. Je zou het op willen pakken en mee willen nemen maar het is zo flinterdun dat het verdwijnt tussen de vingers. Een mooi samenspel hier op het Wad van vloed en eb. Van komen en gaan en dat wat in een andere vorm terugkomt.

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close